De begeleiding van kinderen met
leesproblemen of dyslexie

Het diagnostisch waterhoofd
Men kan binnen het gehele domein van de dyslexie constateren dat er sprake is van een diagnostisch waterhoofd. Dat wil zeggen dat de hoeveelheid tijd die men besteedt aan diagnostiek niet overeenkomt met de tijd die men besteedt aan de ontwikkeling van de hulpverlening. Joke de Boer geeft in Dyslexie (uitgev. SWP, Amsterdam, 2000) de werkwijze van de SBD/ABC in Amsterdam weer en geeft diverse malen een casus waaruit blijkt dat men bij kinderen met leesproblemen diagnostische gegevens als: Kees is enig kind (de Boer, 2000; blz. 68) relevant vindt en onderzoeksvragen stelt als hoe de intelligentie is en visuomotoriek en men uiteindelijk weinig verder komt dan dat er aan de woordidentificatie meer aandacht besteed moet worden.

Dat laatste betekent dat er in veel gevallen een aanzienlijke armoede is m.b.t. de behandelingsmogelijkheden van dyslexie. Bij de genoemde casus van De Boer was na het leesonderzoek al bekend dat de woordbeeldautomatisering het hoofdprobleem is. De echte vraag is uiteindelijk: Hoe moet die woordidentificatie dan geoefend worden?

Vele begeleidingsadviezen komen niet verder dan het verwijzen naar oefenstof en verzuimen aan te geven HOE iets aangepakt moet worden.

De volgende stellingen blijken wel geldig te zijn:

Wat is dan verantwoord?
Op 24 mei 1993 verzocht de toenmalige staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur de gezondheidsraad om advies uit te brengen over vragen rond de afbakening en behandeling van dyslexie.Op 11 september 1995 is dat rapport verschenen.In het rapport worden naast de de financiëringsproblematiek vijf criteria voor een verantwoorde begeleiding aangegeven, nl.:

  1. Een behandeling van dyslexie dient minstens (leer)taakgericht te zijn. (m.a.w. je moet vooral met het kind lezen)
  2. Een behandeling van dyslexie dient minstens (leer)taakgericht te zijn, mogelijk gebruik makend van principes ontleend aan de cognitieve psychologie.
  3. Een behandeling van dyslexie dient minstens (leer)taakgericht te zijn, mogelijk gebruik makend van principes ontleend aan de orthopedagogiek.
  4. Een behandeling van dyslexie dient minstens (leer)taakgericht te zijn, mogelijk gebruik makend van principes ontleend aan de neuropsychologie.
  5. Een behandeling van dyslexie dient minstens (leer)taakgericht te zijn, mogelijk gebruik makend van principes ontleend aan de linguïstiek

De tien criteria
In de praktijk blijken de bovenstaande criteria noodzakelijke criteria, maar geen voldoende criteria. Voor de begeleiding van kinderen en ouderen met leesproblemen zijn er tien kwaliteitscriteria, nl.:

  1. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient ten minste integratief van opzet te zijn. Die begeleiding dient ten minste volgens de verantwoorde begeleidingssessie uitgevoerd te worden met als basiskenmerken:
  2. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient plaats te vinden volgens de cognitieve benadering
  3. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient procesgericht te zijn
  4. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient differentiaal diagnostisch verantwoord te zijn
  5. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient ten minste linguaal bepaald te zijn
  6. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient ten minste neurologisch bepaald te zijn.
  7. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient ten minste rekening te houden met het kind achter het probleem? 
  8. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient ten minste motivatiegericht te zijn. 
  9. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient ten minste tekstinhoudelijk gericht te zijn 
  10. Een begeleiding van kinderen met leesproblemen dient ten minste volgehouden te worden 

Deze tien punten zijn in detail uitgewerkt in het :
Dat katern kunt u bestellen door € 15,- over te maken op postbankgironummer 2947551 t.n.v. Pravoo Lekkerkerk onder vermelding van: dyslexieprot. en natuurlijk de vermelding van uw naam en postadres.

De middelen
Voor de begeleiding van kinderen met leesproblemen zijn begeleidingsmiddelen nodig. In 1980 was er eigenlijk maar één pakket voor kinderen met leesproblemen. Immers naast het Eindhovens spellingpakket was er ook een (weinig gebruikt) leespakket. Vanaf de tweede helft van de tachtiger jaren is er een enorme toename van activiteiten waar te nemen op het gehele domein van de leesproblemen en de dyslexie.

Wat is zinvol?
Het is vanzelfsprekend dat de middelen dienen te voldoen aan de criteria die op deze site zijn weergegeven. Men kan de laatste tijd een toename vaststellen van oefenstof. Het pakket van de Zuid-Vallei is daar een voorbeeld van, maar ook Lesebanc als computerprogramma. Men wedt met die grote hoeveelheid oefenmateriaal op het verkeerde paard. Niet de oefenstof staat centraal, maar het gebruik van specifieke leesbegeleidingstechnieken. In principe is er voor de begeleiding van kinderen met leesproblemen maar weinig specifieke oefenstof nodig als de hulpverlener maar de beschikking heeft over de juiste begeleidingstechnieken.

De twee basispakketten

De twee basispakketten zijn:

Bij 2.0 gaat het om het een basismap met daarin de diagnose en begeleiding en bij 2.22 gaat het om een opsomming van 142 begeleidingstechnieken die eigenlijk bij iedere vorm van lees/oefenstof gebruikt kan worden.

Belangrijke aanvullende materialen:

In principe kunt u met behulp van bovenstaande materialen alle soorten leesproblemen begeleiden.

Restmaterialen:

Alle prijzen zijn excl. BTW en verzendkosten
Het bestellen van materialen kunt u doen via de webwinkel.

Nieuw
Soms zijn de lees/spellingproblemen zo ernstig dat het de vraag is; wat nu. Over dat onderwerp is er bij Pravoo een boek verschenen, nl; Zeer ernstige dyslexie/dysorthografie, wat nu? (€ 19,50)

Wat is de Pravoo-methode voor dyslexie?
Er zijn voor de begeleiding van kinderen met dyslexie diverse hulpverleningsmethoden. In de brochure: Wat is de

Pravoo-methode voor dyslexie? vatten we de bestaande methoden kort samen en voorzien we die van een commentaar. Aan de orde komt de Pravoo-methode die u ook zelf  uit kunt voeren. Die methode heeft de volgende vier kenmerken:

Daarna behandelen we de de Ralfi-methode,  de Fix-2-methode, de van Gemert-methode, de de Merkelbach-methode, de BM-methode en nog veel meer andere methoden
Deze handige en praktische brochure kost slechts € 10, zie de webwinkel, artikelnummer 13.13

top