Nieuw: Gedragsleerlingvolgsysteem speciaal onderwijs
Het nieuwste leerlingvolgsysteem gedrag voor het sbo (NL) en buo (BE)
Een veranderde populatie
Toen ik in 1979 als schoolbegeleider begon in het speciaal onderwijs ging het op de toenmalige MLK-scholen om makkelijke een lieve kinderen met leerproblemen en ook op de LOM-scholen ging het om dat type kinderen, terwijl er tussen de beide schoolsoorten een potentieel verschil was m.b.t. de intelligentie. Sedert 1979 is er veel veranderd. De beide scholtypen; LOM en MLK zijn samengevoegd tot de sbo-school met het grote verschil met vroeger dat er een toename is van gedragsproblemen. Steeds meer basisscholen zijn nu in staat om kinderen met leerproblemen binnenboord te houden en dat betekent dat in het sbo de sociaal-emotionele problematiek de boventoon voert. Dat laatste betekent dat de sbo school professionaliseringsontwikkeling doormaakt op het gebied van de begeleiding van de sociaal-emotionele ontwikkeling en daarbij hoort ook een geschikt leerlingvolgsysteem. We hebben gemerkt dat veel sbo-scholen overgegaan zijn tot de aanschaf van EGGO; de eerste genormeerde gedragsobservatiekaart. Uit contacten met de sbo-scholen weten we dat dat systeem primair gehanteerd kan worden ten behoeve van het gewone basisonderwijs, maar niet geschikt is voor het sbo. In België gaat het om kinderen in de onderwijstypen 1 en 8.
Op verzoek van sbo-scholen die EGGO gebruiken is overgegaan tot de ontwikkeling van een speciaal/buitengewoon onderwijsversie van EGGO. Dat leerlingvolgsysteem heet het Pravoo gedragsleerlingvolgsysteem voor sbo (NL) en buo (BE)
Sbo/buo
We hanteren zowel de Nederlandse aanduiding sbo als de Belgische term buo.
De opzet
Bij de ontwikkeling van het gedragsleerlingvolgsysteem voor sbo en buo kregen we de opdracht de eenvoud van scoring van EGGO te handhaven. Het moet dus een systeem worden met de eenvoud van EGGO, maar gericht op het gebruik in het sbo/buo. Een systeem dat gemaakt is voor het gewone onderwijs is niet zo geschikt voor het sbo omdat het uitgaat van normen die al bij voorbaat slechte scores opleveren bij sbo-kinderen. Voor sbo-kinderen is het belangrijk naar strohalmpjes te zoeken en een ontwikkeling, hoe klein dan ook, aan te geven.
Er is gekozen voor een omgeslagen A3-blad waarop de gehele ontwikkeling van een kind in een oogopslag weergegeven kan worden.
De inhoud
Er zijn twee categorieën, nl. werkgedrag en sociaal-emotioneel
Werkgedrag bevat 6 items: werkmotivatie, werktempo, taakgerichtheid, diepteconcentratie, zelfstandig werken, zelfvertrouwen-werken.
Sociaal-emotioneel bevat 13 items: contact beginnen met anderen, samenwerken, samenspelen, conflictfrequentie, assertiviteit, beweeglijkheid, regelgedrag, welbevinden, aanspreekbaarheid luisterhouding, agressiegedrag, contactinitiatief leerkracht, conflicten met de leerkracht.
Van al deze 19 items ijn er stappen/fasen otnwikkeld. Zie de figuur (klik op de afbeelding voor de vergroting) waarin de eerste twee fasen van de ontwikkelingm.b.tr. werkmotivatie is tezien. Het item van de werkmotivatie kant 7 stappen
Een kind scoort bijvoorbeeld fase 2. De stappen zijn niet altijd noodzakelijke progressieve fasen in de ontwikkeling, soms zijn het ook mogelijke begeleidingsfasen of stappen. Sommige items hebben zo op het oog wel erg veel stappen, maar het voordeel daarvan is dat je dan ook eerder een ontwikkeling aan kunt geven, dan bij minder stappen. Je zoekt in het speciaal onderwijs toch altijd naar de strohalmpjes in de ontwikkeling.
Hierna scoort men die 2 op het blad met de bolletjes. Zie fig. 2 voor een ingevuld voorbeeld.
Door steeds de bolletjes te scoren en met een lijn te verbinden, ontstaat er een ontwikkelingsprofiel van het kind. Bedenk daarbij dat een stappenontwikkeling met maar drie stappen even spectaculair kan zijn dan een ontwikkeling waarbij het kind 7 stappen doorloopt. Niet alle items zijn is een functionele 7-fasenopbouw samen stellen. Er is ook wel discussie mogelijk over bepaalde volgorden, maar de voorgestelde opbouw ondervond de meeste instemming. U kunt de stappen wel goed hanteren als doelstelling voor een volgende stap in het handelingsplan.
U kunt twee scoringsmomenten per jaar kiezen. Dat kan in januari en juni zijn, maar ook wel in oktober en maart.
De gescoorde bolletjes kunnen met elkaar verbonden worden (fig. 3) en na verloop van tijd is er een ontwikkeling te zien.
Ook voor i-ber in het gewone basisonderwijs
Ook de ib-er in het gewone basisonderwijs kan bij verder onderzoek gebruik maken van dit systeem.
Materialen
De kosten hebben we zeer laag kunnen houden. Een basisset bestaande uit een handleiding plus een voorbeeld van een scoreformulier wordt in de webwinkel aangeduid als: 9.4 Gedragsleerlingvolgsysteem sbo/buo basisset (€ 15,-). De scoreboekjes worden in setjes van tien uitgegeven: 9.5 scoreboekjes (€ 19,50)